ZELFOVERWINNING; kort verhaal

“Hij die zichzelf overwint is sterker dan hij die in zelfoverschatting een stad inneemt!” spreekwoord

de Niké tempel bij de ingang van het Parthenon

 

Al na de tweede regel in ons korte gesprek   wist ik het al, zij had een eigen zwembad in haar achtertuin. Een blauw betegelde waterpoel, onverwarmd een natuurvijver bijna, waar zij elke ochtend zo uit haar warme bed poedelnaakt als een bosnimf indook . Al vroor het dat het kraakte. Zij stond er stoer bij in haar geblokte Canadese houthakkers shirt. De bovenste knoopjes ver genoeg open om mij  een blik te gunnen op haar blote hals en de  beginnende welving van haar borsten. Waarom moest ik  aan die neolithische grafheuvels in de Stomperd denken? Was het zelfverdediging? Eigenhandig gegraven, wilde ik stom vragen? Een overbodige of was het een retorische vraag. Knappe vrouwen graven niet zelf met hun keurig gemanicuurde vingernagels. Hoogstens graaien zij bij parfumerie Douglas in de koopjesbak. Of begraven zij hun welverzorgde klauwen diep in je rug als een poes op haar hoogtepunt. Wat mij eens overkwam bij een ex-vriendin. Of moest ik zeggen oorgasme. Een woord dat mij alleen al door de associatieve klank tegenstaat. Noch de vraag beantwoord of knappe vrouwen überhaupt luisteren! En omdat  mijn denken over seks omkleed is met taboes op het randje van de Veluwe. Wat via veel omwegen leidt tot een verboden vruchtgebruik op basis van christelijke vooringenomenheid en verbodsbepalingen. Even stokte ondanks dat  mijn adem bij het beeld van haar door de intense kou stijve tepels. Een beeld van stil verlangen. Mijn voorstellend hoe zij druipend oprees uit het water van haar middellandse zee. De godin Aphrodite gelijk. Het souvenir van een dromer meegenomen van een nooit gemaakte reis naar het einde van de nacht  . Bij deze wanderlust stak een lang doodgewaand  verlangen de kop op. Toch door en door fatsoenlijk als ik tegenwoordig ben wiste ik dat beeld weer snel van mijn netvlies. Haar mannen zo als zij over haar zonen en echtgenoot sprak misten deze  Spartaanse instelling. “De mietjes!” Ik citeer. Er klonk tedere geringschatting in haar stem. “Ik ben tegenwoordig best wel hard bezig met sporten,” ging zij opgeruimd verder onwetend van mijn verlangen  . “Hardlopen en paardrijden onder andere.” “Toch geen voetbal als derde keus  mag ik hopen?” Onwillekeurig kroop er iets van afkeuring in mijn stem. Niet voor niets. Mijn gehate tweelingzus was de eerste vrouw in Nederland die volgens mij het vrouwenvoetbal wist te combineren met een carrière als patat en gehaktballenbakster voor halve dagen de week-ends uitgezonderd.  Vet uitgebuit in de  snackbar bij ons om de hoek in mijn woonplaats Weesp. Niet dat zij daarmee een medaille won, erkenning door mijn ouwelui , de toto of   verder vooruit kwam in dit  leven.

 

Ik had beiden in geen jaren  gezien. Haar de laatste keer  bij café Borra op de Hof. Op een wat gure zaterdagmiddag om een uur of 5 na de markt. Het gebruikelijke tijdstip na de wekelijkse boodschappen voor het hele gezin. Nu kwam ik haar bij toeval tegen, hier in de buurt van het restaurant dat ik voor mijzelf nog steeds Waterloo noem. In de buurt van het kerkschap Oud-Leusden. Waterloo: de overwinning van de macht voor de één en de nederlaag, de ondergang van  dromen voor de ander. Een uitspanning die inmiddels een andere naam draagt. In andere handen over gegaan vermoed ik. En zo als dat gaat in dit leven wil iedere nieuwe eigenaar aan alles zijn eigen naam verbinden. Of je naam een brandmerk is. Een keurslager keur  van voortreffelijkheid voor nooit bewezen vleselijke verdiensten. Daarmee zeggend: Dit is helemaal van mij alleen. Hier ben ik als patron onlosmakelijk mee verbonden, een stiefvader, voor eeuwig de schepper van! Het lijkt het ouderwetse huwelijk wel.

Niké de godin van de overwinninghttps://nl.wikipedia.org/wiki/Nik%C3%A8

 

Bij het zien van haar silhouette in de verte kon ik eerst niet op haar naam komen, toch net op tijd schoot het mij te binnen. N… haar echte naam en Niké, de glorieuze, zoals ik haar destijds heimelijk noemde in mijn liefderijke verbeelding. Naar de Griekse Godin van de overwinning. De enige Griekse godin  waar een tempeltje in Ionische stijl bij de ingang van het Parthenon voor is opgericht. Hoog verheven boven alles. Een lofzang in marmer van het eiland Paros dat gewichteloos wit ivoren vleugels heeft gekregen. Zij was trouwens van afkomst een echte Griekse herinnerde ik mij nu. Maar ook  een Zuiderzeedijk van een vrouw. Een pittige tante waar je een echte man of niet, niet maar zo overheen kon walsen met haar werk als strafadvocaat. Een  dominante strenge meesteres voor zware jongens. Geestelijk geharnast in de leer. Zo stelde ik mij haar voor met mijn zwak voor vrouwen die mij in alles en zeker verbaal de baas zijn. Wat haar lukte keer op keer te  bewijzen. Beroepsdeformatie! Ze was een tikkeltje ouder geworden. Het eerst korenblonde haar aan haar slapen was doorvlochten met grijs. Er waren wat lijntjes bijgetekend, maar dat deert  niet voor een vrouw op wie ik makkelijk verliefd had kunnen worden. Bijna als vanzelfsprekend als ze al niet opgezadeld was geweest met een eerste echtgenoot en een dreinend kind dat sprekend op zijn vader  leek en  steeds om haar aandacht bedelde . En hoe gaat het verder met jou? Vroeg zij als een demi – monde haar hond een kaakje gevend. Op de Leusder hei aan de overkant zakte de zon achter de horizon. “Ach ik mag niet klagen.” Was mijn antwoord. “Je weet hoe dat gaat hé!” “De ouderdom haalt dag na dag alles in een steeds hoger tempo in. De sneltreinvaart waarmee het leven als de rivier de Eem ter hoogte van de hervormde gemeente Spakenburg rusteloos voorbij flitst. Je kent dat wel! ” “Als het er op onze leeftijd nog gezond , fris en jeugdig uitziet komt het uit een potje! Is het zeker  nep” Daarom dat ik nu traag fietsend als een slak door het bos, de hei  en het leven ga in plaats van hard en dood te lopen. Zo als vroeger. “Ik herken dat!” verzuchtte zij.“Toch sporten en zeker hardlopen houd mij jong.” gejaagd als ik word door de wind in mijn rug.  Zij lachte in een verlangen naar vroeger  . “Ik weet het zo net nog niet” was mijn antwoord. “Ik wil de pret niet drukken of je ter plekke ontmoedigen , maar van sporten wordt volgens mij geen mens ook maar één dag jonger.” “Hoogstens word je voor het blok gezet door  wat je allemaal niet meer kunt.” „Bedrieg je jezelf“ “De lat waar je vroeger moeiteloos over heen sprong is voor vandaag te hoog en morgen goed voor een ferme doodsmak.” “Een gebroken bamboe wandelstok kan zelfs door de geschiedenis niet meer gelijmd worden.” Tempo Doeloe! weet je wel. Moeiteloos gleden de citaten mij van de lippen.

 

“Ik ga maar eens verder!” “Ik moet mijn paard nog op stal zetten reageerde zij afwijzend. Ik kom je wel weer een keer tegen in de stad .¨“Drinken we samen een kopje koffie op het plein.” “Net als in de tijd dat we nog jong waren!” Een loze belofte. “Mag het ook thee zijn?” vroeg ik  “ Ik drink enkel nog Marokkaanse mint thee met een sopkoekje erbij.”Mijn gebit begrijp je wel!

het wiel van Rosmalen; Armando

 

Op de terugreis fietste ik op de Dodenweg langs het C.B.A. De niet al te eerbiedige afkorting voor : Centrale begraafplaats Amersfoort. Of het hier het centrale magazijn voor de opslag van kadavers van de Wehkamp betreft. Niet dat je hier nou zo in het middelpunt van alle aandacht   ligt met die bronzen ladder van de kunstenaar Armando aan  de voordeur en dat kanon zonder loop en hoop van dezelfde maker, voor op het grasveld bij de ingang van het ereveld. Kunstwerken die nergens toe leiden maar alle aandacht opeisen als nooduitgangen voor dit leven. Nog nagenietend van N. moest ik plots aan Jan denken . Een vroegere vriend van mij die hier  nu al 18 maanden  in zak en as ligt te wachten op de jongste dag. Een ware bourgondiër die zich al het goede van dit leven liet smaken. Een smulpaap ,zeg maar rustig paus, in de goede betekenis van het Woord. Een man met een zachte glans op de roze wangen in een krans van witte haren. Een glans als van engelen  als afschaduwing van de hemel die je verder alleen tegenkomt bij tonronde monniken als erfgenamen en stamhouders van het rijke roomse leven.  Even vroeg ik mij af :  als hij nu de kans kreeg om het over te doen, een andere meer sportievere keuze zou hebben gemaakt in zijn leven? Hem kennende weet ik bijna zeker van niet. Want wat je ook kiest steeds blijft de vraag : Hoe hard je hard moet lopen om jezelf in deze geestelijke armoede niet tegen te komen. Of  alles achterna te lopen wat moet van een ander! . Hoe leuk N ook was en is, ik loop  wegens de keuze voor het goede leven geen vrouwen meer achterna. De liefde heeft teveel het karakter van een vertaal – of slijtageslag gekregen. Meer dan  van een spannende ping-pong wedstrijd, een late uitzending van studio sport voor twee verliefde karakterspelers. Tevreden fietste ik verder huiswaarts. Vol van het gevoel voor de laatste keer mijzelf door rust   te hebben overwonnen. Of was het toch de zelfoverschatting gebaseerd op het accepteren van een voorbije glorie?

 

Ludo 02-02-2021