BRIEF AAN MIJN VERLEDEN ( over kindermishandeling)

 

Van de week vroeg een vriendin mij;’ Hoe voelt dat nu om mishandeld te worden?’ Ik schrok wel even bij deze toch wel intieme vraag. Even viel ik stil en had geen antwoord. Tja! Hoe het was ? Het is al meer dan 50 jaar geleden. zei ik om wat te zeggen. Maar eigenlijk weet ik het niet meer. Het is gebeurd, maar het is een last uit mijn verleden. Een gesloten hoofdstuk, uit een boek zonder kaft.  Ik denk er vaak aan terug, maar de beelden in kleur zijn doorgelopen, flets en vervaagd. Gelukkig maar. Alleen kon ik er toch nooit achter komen waarom en hoeveel ik verdrong van het gebeuren. Volgens mijn psychiater dr. Francois van het M.O.B. Het kenmerk van echte neurotici. Wel te begrijpen als overlevingsmechanisme gezien alle ellende waar ik aan bloot stond in mijn thuissituatie, in zijn als troost bedoelde woorden. Een boodschap van wanhoop in mijn oren., dat weet ik nog wel . Een veroordeling tot een chronisch lijden zonder uitzicht op verbetering of herstel, omdat de zieke niet wist hoe ziek hij  werkelijk was. Hoe zichzelf te genezen zonder aan zichzelf te overlijden.

Het zal zeker sporen hebben na gelaten, maar hoe diep en hoelang in hoeveel jaren durfde en kon ik bij die directe vraag niet zeggen. Ik wist het niet en wist ook niet of ik het ooit wel had geweten. Wilde ik het nog wel weten ? Wat koopt ik nu nog voor die wetenschap: nu de daders letterlijk in marmeren urnen bij mijn stiefbroer op de schoorsteenmantel staan. Zou ik er gelukkiger door worden of zou het als verklaring kunnen dienen waarom ik geen kinderen heb. Liever veilig maar alleen ben, vrijgezel omdat het zo vertrouwd voelt. Nogmaals ik wist het niet, maar het zette mij wel aan het denken.

Allerlei vragen kwamen weer naar boven kronkelen. De vergeten gifslangen uit mijn verleden. Hoe eenzaam was ik niet geworden omdat ik nooit de waarheid kon vertellen ? Om er maar één te noemen. Hoe ik omgeven was door leugens en niemand kon vertrouwen na dat ik zelf op mijn twaalfde ontdekte dat ik een kind van de liefde was. Wel las ik , herinner ik mij nu , rond die tijd van de ontdekking het boek: De wandelende Jood 5 keer achter elkaar. Geleend uit de bibliotheek. De legende van Isaac Laquedem* over zijn vervloeking en zijn eenzaamheid al berustte hij aan het eind in zijn lot. De tranen liepen bij het lezen mij telkens weer over de wangen. Zo goed kon ik het aanvoelen, hoe het voor hem moest zijn geweest.

Aan niemand kon ik al die jaren vertellen wat er werkelijk speelde , omdat ik als kind geen volwassenen kende, die dergelijke verhalen zouden willen horen. Hoe zouden zij mij kunnen geloven als ik er door mijn eigen ongeloof zelf  geen woorden voor had. Ik biechtte daarom alleen maar pekelzonde over hoe ik mijn zusje had geplaagd. Bad voor de zekerheid , dat God mij mijn overgrote schuld zou vergeven ter penitentie 7 weesgegroetjes meer als nodig. Niet aan de bovenburen die mij vaak hoorde gillen. Mijn moeder had hun verteld, dat ik last had van zenuwtoevallen.Een soort van stuipen, die wel vaker voorkwamen bij jonge kinderen van mijn leeftijd. Die keken de andere kant op als ze mij passeerden in het trappenhuis terwijl ze achter mijn rug hardop fluisterden .Hij zal toch niet gek zijn! Inderdaad was ik hypergevoelig. Mijn antennes stonden voortdurend op scherp. Speurde de omving af  om elke verandering in stemming tijdig op te merken om op tijd te kunnen vluchten. Hoe goed leerde ik niet een  rol spelen in het theater van de lach , omdat ik het er van mijzelf met niemand over mocht hebben, maar ook niemand het aan mij mocht merken. want stel dat het waar was. Ik gekker was als de deur van de achterkamer waarin ik mij verschool voor het pak slaag.

Voor de buitenwacht leek ik daardoor een doodnormale hoogstens wat stille jongen. Een beetje een in zichzelf gekeerde  dromer zo als mijn tante bij haar bezoek zei. Inderdaad droomde ik weg bij dat ene boek, dat echt van mij was. Dat ik had gevonden in de goot op straat met modder op de kaft. Achteloos weggeworpen. Net zo een verschoppeling als dat ik mijzelf zag. De bonte droom van het circus heette dat boek. Een uitgave van de melkunie alleen bij mij miste de plaatjes.Die moest je er los bijkopen. Geen nood , die tekende ik er zelf in. Met mijn talent om te vertoeven in werelden ver van huis. Ik droomde er als kind van om een clown te worden . De allergrootste naast clown Crock. De Groucho Marx van de Karel du Jardinstraat, waar ik woonde, omdat ik alle mensen op de hele wereld aan het lachen wilde maken. Want niemand alleen op de wereld zou zoveel vernederingen hoeven doorstaan en pijn mogen lijden als ik dagelijks als mijn geheim op mijn bord kreeg.

Bestaan er wel woorden of beelden om die naakte angst voor het onafwendbare van de pijn, de ziel daarvan waaraan geen ontsnappen mogelijk is, te beschrijven zonder te vervallen in sentimenteel gesnotter. Kan ik wel de waarheid onpartijdig onder ogen zien , mijn eigen aandeel in het gebeuren , zonder weer te vervallen in een depressie , die een voornaam deel uitmaakte van mijn jeugd in ‘mijn ouderlijk huis ‘ Al waren boeken mijn enige vrienden had ik toen en nu nog steeds geen leerboek over hoe anderen het in dezelfde situatie overleefden. Ik was alleen. Wist niet beter dan dat dit alleen mij overkwam door de stilte van de schaamte die om mijn verdriet heen hing.

Natuurlijk kan ik eindeloos vertellen over hoe ellendig het voelde om het piespaaltje te zijn voor het hele gezin. Over de klik van het slot in de deur van de achterkamer waar de sleutel al jaren zoek van was. Dat de klappen hoewel raak lang niet zoveel pijn deden als je er maar genoeg Nivea crème van mijn moeder over de blauwe plekken smeerde. Dan werden ze ook niet gezien bij de gymles! De pijn leefde vooral tussen mijn oren om het cynisch te zeggen. De voortdurende angst om ze te krijgen puur uit gewoonte, omdat mijn stiefvader nogal driftig was. Zich al te gemakkelijk liet ophitsen door mijn moeder , die in mij haar eigen zondig verleden zag.

Het is ellendig, maar nu heb ik geen vriend meer nodig. Ik kan letterlijk alles zelf. dat heb ik mij aangeleerd. Kon ik nu nog maar mijzelf als vriend zien. Kan gruwelijk eerlijk zijn, omdat niets meer mij lijkt te raken ongebonden als ik ben door bindingsangst.

Ja het was erg. Het was een holocaust van 10 jaar in mijn droeve eentje. Toch het meest vernederende was nog, dat ik op een gegeven moment er van overtuigd was dat het vooral door mij kwam. Dat het alleen aan mij lag! Alleen mijn schuld was. Ik was niet normaal. Ze waren vergeten te vertellen hoe ik mijzelf kon leren kennen of vergeven, zodat ik dat ook altijd blijven zou. Daarom zal ik hen al zijn ze dood het goede voorbeeld geven en hun hun zonden vergeven. Nu ik dat kan wil ik ook niet meer weten hoe mijn jeugd daarvoor was. Daar koopt nu niemand meer wat voor. Een oneindig Schuldbesef als een wond die zonder het te vertellen nooit meer overgaat

Ludo