DICHTERS LIEGEN DE WAARHEID een essay over het schrijverschap

Als schrijver ben ik geen journalist. Dat heb ik ook nooit willen zijn of gepretendeerd. Daar gaat mijn hart niet naar uit. Hoogstens de chroniqueur van mijzelf. Levend als een     dinosaurus  in de oertijd van zijn eigen werkelijkheid. Wil ik wel een verslaggever  zijn; moet ik mij hoe dan ook bij de waargebeurde feiten houden. Allerlei erecodes naleven  en zeker geen loopje met de waarheid nemen of een gezellig wandelingetje maken aan de arm van Mark Rutte.  Alléén aan de naakte  feiten, hoe lelijk zij ook zijn zonder ze te verdraaien of te verfraaien. Photoshoppen en de waarheid kunnen niet samen door één deur.  Bezondig ik mij daar wel aan  dan ben ik als reporter in ieder geval  een charlatan. Een schrijvende flessentrekker!

 

Als referent van de werkelijkheid moet elke journalist er  alles aan doen om zelfs de minste verdenking van tendentieuze berichtgeving van zijn kant niet op zich te laden. Anders kan hij het serieus genomen worden door zichzelf en anderen wel vergeten. Nogmaals deze vlieger gaat alleen op   als hij zichzelf er toe verplicht de waarheid en niets anders dan de waarheid zonder overdrijving en uitvergroten te beschrijven. Niets zelf te verzinnen of toe te voegen. Aan het hele gebeuren, het hele universum geen komma  vraagteken noch jota veranderd! Zo waarlijk helpe hem God almachtig of vrouwe Justitia.

 

Een beetje de eerste en belangrijkste  beroepseed die een geboren journalist aan zichzelf moet afleggen. Een op zijn eer of zijn moeders graf gezworen eed waardoor u en ik als lezer kan leven met de zekerheid en in het volle vertrouwen dat u en mij niets wordt voorgeschoteld of – gelogen. Dat wat u leest niet in flagrante strijd is met de waarheid. deze geen kleur opgedrongen krijgt en dus transparant blijft. . Waardoor u zich een juist en duidelijk beeld kan vormen over wat er in de wereld en de maatschappij gaande is. Zonder door te draaien in een pseudowereld  of door anderen aan tafel  in een  discussie als leugenaar te worden weggezet.

 

Een journalist heeft daarmee vooral een dienende taak. Het is zijn taak de waarheid boven tafel te krijgen  zowel  als de minister van de waarheid als van zijn lezers. Want hij is net als in de Griekse tragedie op zijn best niet meer dan de boodschapper een intermediair tussen de lezer en het nieuws. Een veelgeplaagde hardwerkende waterdrager, omdat de lezer niet overal tegelijkertijd op al die verschillende plaatsen waar het wereldgebeuren zich afspeelt aanwezig kan zijn. Daarover toch moet worden geïnformeerd om bij de tijd te blijven. Een journalist is kort gezegd  de avatar, een alter ego van zijn lezers . Zo niet is het geloof in zijn woord en erewoord  zoek . Valt elk vertrouwen als rotte stoelpoten onder zijn werk vandaan.

Hoe anders is het met de positie en  het werk van de schrijver. Omgekeerd met wat eerder geschreven, wordt de lezersschare als het ware de denkbeeldige  alter ego’s van de romancier. Allereerst door het gezamenlijk  creatieve proces wat verhalen verzinnen en vertellen om te beginnen, maar ook aanhoren  is. En wie wil er diep in zijn hart geen kunstenaar zijn? Groot of klein!  Nog in  sprookjes geloven! Zo is een goede schrijver als verteller  de Sinterklaas van zijn gemeenschap

 

 Als auteur  raakt hij zodoende wel verdeeld in zoveel meningen als dat zich vormen in de hoofden van, ik zou bijna in één woord zeggen, zijn medelezers. Hij is, met enige overdrijving, de voordromer van de werkelijkheid waarin hij en zijn lezers samen in de wei onder de schaduw van de  appelboom braaf willen geloven in vrede of liefde. Dat maakt lezen tot een een interactieve samenwerking der geesten. Maar anders dan velen geloven heeft de werkelijkheid in zijn verhaal  vaak hoogstens zijdelings bemoeienis met de enige onvervalst echte. Ik zou bijna beweren dat de leugen verhalenderwijs de waarheid noch Eva  nodig heeft om zichzelf te zijn of zelfstandig te bestaan.

Daarnaast is voor hem als schrijvend kunstenaar die werkelijkheid volkomen diffuus en  gelaagd. Uitgaande van de veronderstelling dat niemand  zonder verleden is kent iedereen  een eigen geschiedenis. Wat een ongekende hoeveelheid aan kopij voor verhalen over de Comêdie humaine oplevert. Voldoende stof om een verhaal als het monster van Frankenstein samen te stellen uit al die verschillende levens. De ware schrijver smelt samen en amalgeert. De auteur krijgt daarmee iets van het karakter van een middeleeuwse alchemist

 

Het verleden en gekoppeld daaraan de werkelijkheid van nu – alles wat hij als schrijver heeft gehoord, beleefd en meemaakt – de ongekende veelheid van facetten waarin zich dat openbaart zijn vooral en allereerst een van de vele uitgangspunten voor zijn verhaal. Vormen daar nooit de hoofdmoot van. Hoogstens een vertrekpunt. Zijn niet zijn enige en juiste eindbestemming zoals geldt voor de journalist. Daarmee begint zijn keuze en zijn beperking waaraan hij zich in het verloop van het verhaal weer zij het slechts voor een deel hoopt te ontworstelen. Dit  alleen omdat hij als goed dichter bij de mens  rekening moet houden met hun voorstelling – en inlevingsvermogen vermogen. De schrijver is dan ook op de eerste plaats iemand die zichzelf kent.

Daarnaast kan en mag  een schrijver moeiteloos dingen uit de bestaande werkelijkheid vermengen met een metafysische “werkelijkheid” zo als bijvoorbeeld die bestaat in de fantasie. Daarmee ontstaat een synthetische werkelijkheid die wel kenmerken vertoont van de eerste, het origineel , maar in causaliteit daaraan niet gelijk is. de schrijver als vrije fantast.

 

 

In het schrijfproces wordt wat er zich werkelijk heeft voor gedaan door de schrijver van non fictie allereerst meermalen gezeefd door de filters van zijn denk – en gevoelswereld. Gekauwd, herkauwt en soms weer uitgespuugd. Een schrijver is in dit eerste stadium net een boze koe. Daarna worden er aan die gefiltreerde massa aan gegevens in zijn hoofd en hart die ingrediënten toegevoegd die het meest recht doen aan zijn bedoeling met het verhaal. Welke kant hij met zijn vertelling op wil gaan.  Er gaat nog even een algoritme overheen om  geijkte patronen te herkennen en herhalingen te voorkomen. De verlossende boodschap die hij bedenkt probeert hij vervolgens niet al te pijnlijk duidelijk te maken. Een schrijver doet geen vlinder kwaad.

Het is een sfeer die hij tekent geen wetboek dat hij als strafwerk voor de mensheid schrijft. Dat maakt in deze fase van het verhaal de schrijver tot een postbode of heraut die aan zichzelf zijn brieven bezorgt . Luistert of hij al wat hoort klepperen op de gang. Met trompet geschal de eigen blijde boodschap als het buurtsuffertje verkondigt met hem als enige gelovige in het Woord van Lou de palingboer.* Deze infernale  kluwen aan tegenstrijdigheden wil geen mens lezen en is dan ook alleen bestemd voor zijn ogen. de schrijver wordt zo een boekverzorger.

 

 

In de volgende fase komt de schrijver zich vooral zelf tegen. In heel zijn vertwijfeling : moet hij dit pas gelegde ei wel of niet uitbroeden? Strijdend met de dubbelzinnige vraag heeft ook leven dat nauwelijks kans van slagen maakt recht op een eigen leven en voortbestaan? Dit maakt de schrijver tot zijn eigen aborteur! Door de verlostang van zelfcensuur. De schrijver lijkt in deze etappe van schrappen  zijn eigen ethische  psychiater.

 

Aan deze eerste ruwe versie van dit zo pas uitgebroede verhaal wordt geschaafd en gesleuteld. Zinnen herschreven en nog eens herschreven. Driftig Gesleuteld met een overvloed aan stijlmogelijkheden, gereedschappen die elk beetje schrijver in veelvoud ter beschikking staan. Houdt hij het eenvoudig bij een realistische invalshoek of geeft hij er toch een wat absurdistisch tintje aan. Gaat hij zich te buiten aan bombastische of ouderwetse uitdrukkingen? Waarin hij in alle vrijheid steeds weer zijn  keuze moet bepalen. Dat maakt de schrijver voor dat moment tot de enige echte absolute existentialist volgens Sartre* althans. Eigenlijk dan pas wordt de dromer ook echt een leesbare schrijver .

 

Bij het redigeren daarna  wordt elk woord op de tong genomen geproefd en nogmaals  gewogen. Gekeken of de balans niet te ver doorslaat naar deze of gene zijden van de geloofwaardigheid.  De zinnen verschoven en op hun eigen plek gezet. Het woordgebruik nogmaals heroverwogen tot zij een goed lopende logische samenhang vertonen. Een prettig in het gehoor liggende vertelling opleveren. Met kop en kont en voor al grote borsten en een warme buik daar tussen. Tot slot worden de puntjes op de i gezet. De vraagtekens zoveel mogelijk weggestreept tegen de uitroeptekens. De schrijver was even een schoolmeester met zichzelf als leerling in de klas.

Niet dat het daarmee klaar is. Elk schrijfsel, elk verhaal , elk manuscript loopt het risico voor de rechtbank dat de zaak alsnog weer volledig wordt omgegooid. terugverwezen of in zijn geheel in de prullenbak verdwijnt . Het stille kerkhof van zoveel droeve pogingen het meesterschap te bereiken, want een schrijver is zo als elk goed kunstenaar zelden direct tevreden met het voorlopig eindresultaat. Is een ware Jacob* die worstelt met zijn eigen engel en duivel. Een David* die alleen op eigen kracht met behulp van een enkel toe geslingerd woord   de Goliath in hem moet zien te verslaan.

Gelukkig voor hem ziet een beetje  kunstenaar dit   als de enige te rechtvaardige tussenstap, zijn taak in zijn streven naar het bereiken van het  beloofde land. Een eenzame zoektocht naar de berg Zion* of de Olympos*. Aan de hand van zijn favoriete muze.  Zo niet was het een Sisyphos* arbeid geweest waarin hij probeerde zichzelf door domheid aan de top te brengen. Beroemd te worden over één nacht ijs  en door elke bakvis  geliefd. Een doorlopende oceaan van geestelijke ejaculaties in één oneindig moment van klaarkomen. Dat is   een  goden tergend streven of toch?

Een schrijver is als woordkunstenaar dus vooral een roepende in zijn eigen woestijn. Waarin hij zijn existentialistische eenzaamheid bestrijdt door het aanroepen van geesten. Als het niet anders kan de boze geesten van zijn lezers. Wat een parabel vindt in het verhaal over de bezoeking van de heilige Antonius.* Dit maakt de auteur wel volledig verantwoordelijk voor zijn verhaal, de teneur daarvan, maar niet voor de werkelijkheid die hij beschrijft of daar aan ten grondslag ligt.

De woorden van de hoofdpersonen zijn zijn woorden. Hij heeft hun die in de mond gelegd. Hun gevoelens zijn gevoelens.

 

Als vrijkunstenaar heeft hij het onvervreemdbaar recht deze in alle vrijheid op alle mogelijke manieren te kneden. Om te vormen om ze zo aan te passen aan zijn bedoelingen. Een kunstenaar is het aan zichzelf verplicht vooraf geen rekenschap af leggen van en voor het eind resultaat, omdat hij daarmee het creatief proces belemmert. De eindbeoordeling laat hij aan het inzicht van de goegemeente achteraf. een kunstenaar die naar een lintje streeft is geen kunstenaar!

Doet hij dat wel , maakt hij zich vooraf wel druk, heeft hij de verkeerde roeping gevolg . Dan had hij beter van beroep bakker van zoete broodjes kunnen worden. Was iedereen blij en tevreden in zijn eigen bed aan een overdosis zoetigheid en chocoladeletters kalm en achterlijk gestorven Was de kunst van zijn leven nooit niet geworden wat het nu is. Heerlijk overdadig weelderige  controversieel.

Lezers kunnen  door boosheid en gevoelens van verdriet worden overmand hebben. In feiten  voelen die zich te veel aangesproken  Laten zich  teveel  meeslepen. Geen enkele schrijver al is hij de gelijke van Dante Alighieri of de filosoof Emanuelle Kant is in staat de teleurstelling over of de straf voor de werkelijkheid door het verval der zeden te voorkomen. Deze lezers zijn de kunst verleert om tussen de regels door te lezen. Niet alleen te lezen wat er staat, maar verder te kijken .Tot waar? Laat ik liever aan de lezer zelf over. Hebben het grotere plaatje uit het oog verloren, maar zijn wat nog het ergste is de tekst van Bertus Aafjes* op hun eigen epitaaf vergeten: Dichters liegen de waarheid.

Waarom?  omdat zij de innerlijke “zwaar bevochten” vrijheid genieten die en de waarheid op hun eigen soms dodelijke wijze in hun verhalen te verdichten tot gelogen vlinders.

Ludo

  • alle begrippen of namen met een sterretje zijn op Wikipedia te vinden