FRIESE DOORDOUWES! heeft de Elfstedentocht nog bestaansrecht.

 

Kan ik alleen schaatsen? Of houd ik ook van schaatsen? Een wat ongemakkelijke  vraag in de korte ijstijd van deze week. Zeker voor wie de rest van het artikel leest. Laat ik deze Valentijnsdag tot de dag van de eerlijke liefde uitroepen en een eerlijk en ondubbelzinnig antwoord geven; niet meer! Kon ik schaatsen? Meer dan redelijk zo als net als bij het autorijden elke Nederlander van zichzelf zal beweren. Ik was zoals elke rechtgeaarde Hollander gesneden uit het hout van de knotwilg waar ze ook klompen, Friese doorlopers en w.c.brillen van maken.

Al in de jaren 60 van de vorige eeuw kreeg ik van mijn stiefvader van die houten Friese doorlopers met een messing puntje aan het uiteinde. Om je mee af te zetten was zijn verklaring voor die afgeknotte krul. Dit vaderlijke gebaar kwam niet uit de hemel vallen. Het was om zijn Friese achternaam eer aan te doen. Ik hoor het hem nog zeggen. Een echte Zijlma draait er zijn hand niet voor om al die elf steden in ons thuisland aan te doen. Niet dat hij er zelf maar een had verreden.

Wat ik mijn nog wel herinner uit die beginperiode is dat die Friese doorlopers er vooral met zichzelf van door gingen. Voortdurend net als mijn stiefvader met mij in de clinch lagen. Nauwelijks onder mijn gummi laarzen bleven zitten. Ik meer scheef naast mijn schaatsen liep dan erop. Ook pootje over kon ik vergeten. Dan klapte ik in de bocht door die loszittende schaatsen op mijn bek. Daar hebben ze later nog een schaats naar vernoemd. Verder zat ik die vorstperiode meer tijd langs de kant dan dat ik vooruitging. Bezig te meterslange felgekleurde linten uit Lapland opnieuw te strikken. Wat nauwelijks ging doordat ik mijn wanten uit moest trekken. In no-time door de gure wind mijn handen verkrampten tot ijskoude blauwe klauwen. Of  plotseling blauw bloed door mijn vernauwde aderen stroomde. Ik als broer van graaf van Buren was geboren. De naam waaronder onze koning in 1986 door 6 potige marechaussees uit de wind en  over de finish werd geholpen. Het enige wat ik toendertijd van die Friese doorlopers dorst  beweren in een opstel voor de lagere school was; dat de naam verkeerd gekozen was. Het waren geen beschaafde stadse doorlopers, maar boerse rauwdouwers. Een soort van schaatsklompen. Geen klap voor hun neus waard. Al hebben hele generaties boerenzonen het erop geleerd!

Later veel later leerde ik alsnog fatsoenlijk schaatsen op de Rubensbaan in het Vermeerkwartier in Amersfoort. Op lage Noren trok ik wekenlang mijn rondjes rond de lieve vrouwe toren, om het voor vandaag suggestief te brengen. Het eerste rondje van de dag reed ik altijd heel voorzichtig en tergend  langzaam om de nieuw bijgekomen scheuren in het ijs te ontdekken. In de rug gereden door al die marathon fähige types die zichzelf op hun dure Vikingen de helden van het Noorden waanden. Vonden dat ik geen recht had zelfs niet op mijn bescheiden plaats op de buitenste baan.

 Dat was en is nog steeds het probleem tot op vandaag de dag.; door de nog meer toegenomen massaliteit waarmee heel Nederland de ijspret wil en zal  beleven scheurt overal, op open water en grachten,  vooral in de bochten van het parcours al snel het ijs. Krijgt; het ijs breken een heel nieuwe betekenis. Wordt overal op de Wijde Meren en elders het ijs volledig aan gort gereden. Terwijl niemand de verantwoordelijkheid voor het natuurijs neemt. Als oplossing kort door de bocht gaan of de bocht afsnijden was er in ieder geval op  de Rubensbaan niet bij.

Wat ook mijn  afkeer verklaart die  ik van huis uit meegekregen heb  tegen schaatswedstrijden zeker uitgezonden op de televisie. Net als voetbalwedstrijden kunnen ze in mijn ogen geen genade vinden. Vooral omdat ik voor mijzelf, maar geen antwoord kan krijgen op de simpele vraag; is er een nog dommere bezigheid denkbaar dan uren achterelkaar te kijken naar mensen die ergens vele malen beter in zijn dan jij? Bestaat er nog een leven na het voetballen? Wat maakt dat jij jezelf alleen met dat soort sporthelden  wenst te identificeren?  Als schaatswedstrijden,  dwars rondjes draaien tegen de klok in of met  de bal een net raken   metaforen zijn voor het echte leven zit alleen Mark Rutte echt op zijn plaats als  gebakken.

Rest nog een laatste vraag. Had ik in mijn tijd de Elfstedentocht uit kunnen rijden? Die van 1985, 1986 of die van 1997 misschien. Met ja te antwoorden geef ik blijk van een al te grote overmoed. Of gebrek aan zelfkennis. Een overmoed die nog steeds het belangrijkste kenmerk lijkt van schaatsgek toch volkomen ongeoefend Nederland. De kilometers zitten bij lange na nog niet in de benen om een term uit de wielersport te gebruiken  Een land vol overmoed. Waarin velen stiekem in hun hart geloven, net als bij de marathon van Rotterdam dat zij die tocht wel kunnen uitrijden. Zij de uitverkoren zonen van Reinier Paping zijn die hun vader  van de troon zullen stoten.

Dat alleen de door Friese boeren gedomineerde vereniging eigenwijs dwars ligt door het aantal deelnemers te beperken. Een maatregel waardoor zijzelf onze helden in spe net buiten de boot vallen hun manlijkheid te bewijzen!

“Als er iets is dat ons Nederlanders onderscheidt van de rest van Europa is het wel een soort eigenwijs gebrek aan discipline”einde citaat

Ijsmeesters en rayonhoofden zijn net als Brabanders die ook liever de folklore van carnaval alleen voor zichzelf hadden gehouden. Niets moeten hebben van die kale Hollanders zoals mijn moeder nog na jaren verblijf geringschattend sprak over de Amsterdammers in hun stad. Een kinnesinne nog stammend uit de tot slaaf gemaakte geschiedenis van de Gouden eeuw die als elke conservatieve folklore achter ons dient te liggen als mensen van deze tijd 

Hoop ik daarmee dat er ooit nog eens een Elfstedentocht komt. Van mij hoeft het niet. Want de heroïek die er schijnbaar mee gepaard gaat en gemoeid is  heeft een sterk bijna neo-liberale karakter. Is vooral toegesneden op overdreven aandacht voor de individuele prestatie. Wie zich alleen trots een Nederlander kan voelen door de Elfstedentocht het liefst op de elfde van de elfde uit te rijden had beter iets aan de opwarming van de aarde kunnen doen. Niet nu, maar al vele jaren geleden. Dan hadden ze met recht zich wat vaker een echte Hollander kunnen voelen.

Wie een held wil zijn in deze tijd gaat beter asielzoekers redden van de verdrinkingsdood in de Middellandse zee. Want echt heldendom zit niet in het verrijden van een 200 km lange tocht met blaren op je poten. Nodeloos kou lijden. De uitdaging aangaan met de weerelementen. Modern heldendom is het anoniem bestrijden van alledaags racisme. Daarmee is ook meteen de vraag beantwoord: heeft de Elfstedentocht nog toekomst. Ja. Maar alleen als er ook een allochtoon als winnaar  op de Bonkervaart in Leeuwarden over de finishlijn komt!

Ludo 14-02-2021