HO,HO, HO MAAR, een korte kerst verteling.

 

Pieter was zo een man die je op de Albert Cuyp markt op de zaterdagmiddag in de drukte geen tweede blik waardig keurt. Zelfs niet als hij naast je staat in het gedrang bij de viskraam op de hoek van de Eerste van der Helstststraat. Zo geslaagd waren zijn pogingen om niet op te vallen. Onder te duiken in de winkelende menigte. Een kleine ambtenaar als hij van bureauwerk had gehouden. Zijn wat matte gelaatstint, samen met de rimpels rond zijn toegeknepen ogen deden vermoeden dat deze weinig daglicht zagen achter hun dikke brillenglazen. De frons op zijn voorhoofd, de wijde poriën op zijn neus en kin, de zwarte mee-eters zijn hele postuur en voorkomen deden vermoeden dat de eigenaar daarvan zelden buiten kwam en indien toch alleen om de dagelijkse boodschappen te doen .Om  daarna zo snel mogelijk huiswaarts te keren. Zich te verschansen in zijn eigen kasteel. Zonder dat hij zo opviel dat iemand hem gedag zei. Daarmee had dit specimen van de soort mens nog het meeste weg van een nog niet overleden nachtdominee.

 

Gelouterd door  dit aureool een wat wereldvreemde einzelganger te zijn liet men hem bij voorkeur overdag met rust ‘S nachts druist het in tegen het goede fatsoen   om bij iemand op bezoek te gaan. Of er moet net iemand overleden zijn.  Zo ging  hij kalm zijn eigen gang. Iets waar hij in de loop der jaren zeer gesteld op was geraakt . Zeker rond de tijd van kerstmis. Van hem hoefde het niet allemaal zo nodig die rompslomp. Al die familie over de vloer. Hij was verre van wat men in het sociale verkeer noemt een gezelligheidsdier

 

 

Toch ondanks of juist dankzij deze kleine gebreken was Pieter zij het verre van doorsnee volmaakt gelukkig en tevreden. Had hij een hart van hout sorry goud Waardoor dat kwam?

Voor de zekerheid bewaarde Pieter alles. Niets is onbruikbaar! Alles komt van pas. Is het niet vandaag dan is het morgen wel of over 20 jaar. Dat was het motto dat hij voor alles en iedereen hanteerde. Een wijsheid die hem een open en frisse kijk gaf op de mogelijkheden van elke mens of ding apart. Daar kon hij wel op varen, zo als een oeroude scheepsgroet luidt. ‘S nacht uren over nadenken en zijn memoires schrijven. Weggooien was hem een gruwel in het oog van de Heer. Daar deed Pieter naast andere moreel hoogstaande en door en door fatsoenlijke mensen niet aan. Alles had recht op een hoogst eigen plekje onder de zon.

Ook wat kapot was gooide hij zelden weg. Al was het maar om de buren niet wakker te maken. Het heeft toch jaren trouwe dienst verricht ging het dan door hem heen als zijn onderzoekende vingers het zieke voorwerp teder streelde. Zijn ogen de toestand aandachtig opnamen. vaak vond hij na enig zoekwerk wel ergens een oplossing. Indachtig het woord van de Heer. Geen ziel waarin je gelooft is voor eeuwig  verloren en zijn bezittingen waren ook bezield. Leken ‘s nachts tegen elkaar te praten. Een kalmerend geluid waar hij graag naar luisterde. Hij Pieter was als spullendokter handig genoeg om vrijwel alles in stilte te repareren. Daarvoor verwachtte hij geen andere dank als dat het weer voor jaren vlekkeloos zou functioneren.

 

Ook wat niet meer helemaal meer werkt zo als voorheen heeft recht op een rustige oude dag. Bij die gedachte streek hij weer met zijn hand over zijn hart. Plaatste het nutteloos geworden voorwerp als het echt niet meer te herstellen was op de planken in de opslag. Een schuurtje dat daarmee iets van een baarmoeder kreeg. Zijn eigen donorregister voor mogelijk nog bruikbare onderdelen.

 

Waar haalden de mensen trouwens het recht en de moed vandaan vroeg Pieterman zich vaak af om te bepalen wat of wie nog bruikbaar is en wat moet worden weggegooid. Zeker aan het einde van de markt. Wie er aan de dijk wordt gezet. Wat wordt mee gegeven aan de vuilnisman. Die politici zouden als het effen kon het liefst statiegeld op de mensen heffen dacht hij vaak bij het lezen van de krant. Hoe zou over dergelijke types het oordeel van hun Schepper luiden? Als hij langs het grofvuil liep kostte het hem dan ook veel moeite zich niet als een vader om deze achtergelaten weeskinderen te ontfermen.

                 

Een enorme hoeveelheid lectuur, literatuur en wetenschappelijke werken over een veelheid van onderwerpen, moeizaam weg gestouwd in tot het plafond reikende boekenkasten, talloze dvd en series op oude videobanden deelden hun plaatst met de boeken op dezelfde planken. Waren de stille beloning van een leven lang alles en iedereen sparen Vitrines vol beelden uit het verre Afrika, China en Papoea Nieuw–Guinea, kleine hartgeschenken van bekenden gaven blijk van deze o zo menselijke behoudzucht. De knappere en aantrekkelijker zus van de hebzucht . Pieter hield van zijn interieur. Volgens hem was ook een mens een gecompliceerd ding. Een uiterst kostbaar horloge. Daar moest elk mens als zijn eigen binnenhuisarchitect vorm aan geven. Dat de inrichting er dan totaal anders uitzag dan het doorsnee IKEA conformisme lag voor de hand . De weinige bezoekers vonden zijn interieur meer een uitdragerij . Een van stiefbeen zonder zoon

Beelden die hem eens zwijgend vanuit de etalage van een antiquair of van een kleedje op de rommelmarkt hadden aangesproken. Duur of goedkoop het maakte hem niet uit. Alles stond gezellig door elkaar heen. Rijk uitgevoerd of armoedig. Van alles kun je leren was een andere wijsheid die hij van huis uit toen zijn ouders nog leefden had meegekregen. Modelschepen die een weerspiegeling vormde voor zijn interesse in de geschiedenis hingen aan het plafond naast wat kristallen kroonluchters. Hoe die vroegere mensen zich in dat soort wankele scheepjes als een horde lemmingen over de wereld verspreidde. Alles op hun weg kochten en verkochten. Machtig interessant vond hij dat. Hoewel bij dat verkopen hij zich niet echt iets kon voorstellen. Van nature was hij geen Hollandse sjacheraar. Daar ging zijn ziel niet naar uit. Uit die stukjes geslepen glas met al hun facetten kan een gevoelig mens de toekomst voorspellen. Vertelde hij aan het kind van de werkster. Elk stukje muur was net als in de vrije natuur in gebruik. Diende om zijn verzameling schilderijen en tekeningen een eigen plaatsje te geven. In mappen bewaren daar hield hij niet van. Dat stuitte hem tegen de borst. Kunst heeft licht en lucht nodig , moet kunnen ademen om jou daarvoor in de plaats een gevoel voor waarde en eeuwige schoonheid terug te geven. Je kon het zo gek niet opnoemen of hij Pieter bezat wel een exemplaar van de scheppingsdrift van de comedie humaine.

God zij dank was onze Pieter vrijgezel zodat hij geen 4 persoonsbankstel in de kamer nodig had. Een kleine eettafel volgestouwd met vazen plastic bloemen en boeken waarin hij bezig was, met één stoel was ruim voldoende  om in zijn eigen gebruiksruimte te voorzien. Zo had hij zijn eigen rijksmuseum ingericht.  Zijn leven gecollectioneerd als een wat stoffige verzameling waar hij alleen de connaisseur van was.

Het gaf hem gevoel van veiligheid meer te bezitten dan hij voor dagelijks gebruik nodig had. Zich te omringen met schoonheid die langer zou duren dan zijn voorbije jeugd. Het vormde zijn éénpersoons waterlinie tegen toekomstige rampspoed. Al die persoonlijke eigendommen samen vormden wat voor hem veel belangrijker was een ongeschreven , maar toch keurig bijgehouden dagboek. Een verzameling bonnetjes waar geen belasting inspecteur uit wijs zou worden. Zijn liefste geheim , maar ook een open boek waarin hij per dag kon aflezen hoe het met hem was gesteld.

 

 

Vandaag voelde hij zich wel. Drie keer als je het hem zou vragen. In zijn rood leren leunstoel een glas gember thee met mariakaakje , een jeugdzonde, onder handbereik voelde hij een weldadige warmte bij het zien van zijn nieuwste aanwinst. Een led lichtkoord. Met 50 lampjes. Gisteren gekocht bij het weeshuis van de goedkope rommel uit China, de Action. Voor maar 4,99 euro. Pieter had de neiging moeten onderdrukken om het lage bedrag om te rekenen in oud Hollands geld. De tijd van de harde nikkelen gulden. Deze munt hem meer zei over de werkelijke waarde van de dingen dan die Europese euro . Een ding voornamelijk bedoeld om schulden mee te betalen en leningen af te lossen van verre vakantielanden. Plekken waar hij nog nooit was geweest. Toch leek sedert de invoering van die ‘munteenheid’ het leven 2 keer zo goedkoop geworden. Allemaal leugens! Zelf was Pieter onbevlekt ontvangen vrij van hypotheek en geboorteschuld. Zelfs de erfzonde had geen vat op hem.

Bij thuiskomst had hij het lichtsnoer om de boekenkast heen gedrapeerd. De uitgevallen dvds terug gezet op de plek die hen rechtens toekwam. De stekker in het stopcontact gestoken en een keuze gehad uit 8 verschillende menu’s qua lichtstanden. De één nog flitsender dan de ander. Conservatief als hij ergens in zijn hart  toch was onze Pieterman had hij voor de rustigste stand gekozen. Alle 50 gekleurde lampjes aan. Hij voelde zich met zijn nieuwe aanwinst rijker dan koning Willem Alexander met zijn onduidelijke rijksbijdrage van vele miljoenen voor achterstallig onderhoud.. Even gingen zijn gedachten terug naar zijn andere kerstverlichting. Nu in de opslag. Voelde hij een steek in zijn hart. Sommige snoeren waren nog van zijn ouders geweest. Stamden van 60 jaar geleden. Ze deden het nog prima. Alleen de kapotte lampjes waren niet meer bij te krijgen. Vroeger wel! Zo als alles in die tijd gerepareerd werd. Zo nodig met houtjes en touwtjes. Jammer dacht hij met een moderne term die niet echt bij hem paste dat de mens zichzelf niet kan upgraden. Dat je de oude versie Van Pieter – 1. 2 automatisch kunt opwaarderen naar Pieter 2.1 . Je de ‘nieuwe mens’ niet kan samenstellen uit allemaal losse onderdelen Een nieuwe en uitgebreidere versie van Pieterman dan de oude, waarmee het plotseling met de oude  behelpen lijkt. Terwijl alles wat nu oud en versleten lijkt ooit state of the art was. De toekomst nog maar 5 jaar mee gaat voordat deze ook alweer versleten is en FUBAR*. Dat is het rare van deze tijd dacht hij. De reden waarom hij zich alleen maar thuis thuis voelde met al zijn opgelapte dingen. Ze willen een mens wel als orgaandonor voor een ander, maar reserve onderdelen voor je waterkoker televisie toestel of je radio , ho ho ho maar.

Tot op een goede vrijdag jaren later  Pieter bij het oversteken van de Ceintuurbaan gegrepen werd door de tram van lijn 3 en een eind werd meegesleurd. Deze ijzeren maagd  had hem en alles wat hij was met haar kus  op slag gedood   . Daar lag hij dan met zijn ouwe zwarte overjas zijn bril aan scherven. Zijn teint nog 3 maal bleker dan de grijze tram. Vast op zijn hoofd gevallen zeiden de omstanders. Met gillende sirenes werd hij terstond vervoerd naar het Onze Lieve Vrouwen gasthuis aan de eerste Oosterparkstraat. Waar hij dat kon hij nu niemand meer vertellen als kind al een keer 4 maanden gelegen had. Daar op de snijtafel in de operatiekamer werd eerst nog even gecontroleerd of hij echt dood was. Of er niet toch nog ergens diep in die geest nog een nachtlampje of een sprankje hoop brandde. Toen dat niet het geval bleek zette de dienstdoende geneesheer zijn scalpel op de linkertepel en zei we hebben vandaag nog een hart nodig op zaal 11:  Na de eerste incisie om de ribben bloot te leggen stak hij zijn hand in de borstkas met die beweging vlogen de radertjes en veren in het rond. Het leidde eerst tot schrik, Wat heb ik nu aan mijn fietsbel hangen riep de chirurg met bevende handen. Daarna een enorme sensatie en geroddel onder de verpleegsters die de hoop  rommel op de vloer moesten opruimen. Wat bleek Pieter had zich zelf met al zijn reserve onderdelen gerepareerd. Ongetwijfeld had hij Robocop gezien wat hem op een  idee bracht. Zichzelf een beter hart gegeven  dan dat hij    ooit bij zijn ‘medemens’  was tegen gekomen. Een hart vol liefde voor hem.

DE MORAAL VAN DIT VERHAAL.

Als men zijn hele leven lang niets weg kan schenken of opgeven waarom moet je dan wel alles zomaar weggeven aan het eind ? Dachten we maar allemaal als Pieter met zijn spaarzame omgang met heel ons hebben en houwen. Waren wij maar allemaal onze eigen kerstengel en volgden wij het licht van onze eigen ster. Als iedereen zijn hart zou volgen en vandaar uit om alles geven hoefden we ons hart niet te vast te houden bij de angst wat komen gaat. Zou de mens bij zijn leven al om alles en iedereen geven hadden we geen donorregister nodig .

Ludo