HORECA WEG ERMEE!

foto; het Parool

 

 

Vanaf 1 juni mogen de terrassen weer open. Wat in een artikel van vandaag in het N.R.C. de vraag oproept; Van wie is de straat ? Of de binnenstad ? Van de horeca of van de bewoners?

In verband met sluiten van de horeca voor 2,5 maand wordt voorlopig , althans dat mag je hopen, ter compensatie een ruimhartiger beleid gevoerd waar het gaat om de grote en het aantal terrassen. De kans bestaat dat daarmee de binnensteden overal in den lande verzuipen in een binnenzee van terrassen om alle bezoekers uit de buitenwijken en toeristen een plek te bieden. Over het extra gevaar voor de volksgezondheid wil ik hier nu niet hebben.* Maar waar in dit verhaal het woongenot van de binnenstad bewoner blijft is mij niet geheel duidelijk zo niet een raadsel. Bewoners die hier een eigen veilige stek horen te hebben . Terwijl de horecaondernemer hier alleen vanwege het gunstige klimaat en de sfeer zijn nering houdt. Vaak zelf in een van de buitenwijken woont. Hierdoor mede bijdraagt aan de parkeeroverlast in de binnen

 

fotobron; Noordhollands Dagblad

De herriemakers horen zelden of nooit  hoeveel herrie zij produceren  onder het mom van gezelligheid!

De middeleeuwse  binnensteden zijn er vanwege het stoeien met de beschikbare ruimte  binnen de stadsmuren veelal niet opgebouwd om anderhalve meter afstand van elkaar te houden. De smalle stegen en doorgangen maken het elkaar passeren al moeilijk .,  Er is dan ook geen plaats voor nog meer obstakels als  legio extra terrasstoelen . In verband met de openbare veiligheid horen politie, brandweer en de ambulance diensten overal vrije doorgang te hebben. Binnen een door de overheid bepaalde  tijd ter plaatse te   zijn om levens te redden

Een broodwinning die let wel met veel overlast voor de omwonenden gepaard gaat. Een bedreiging voor de volksgezondheid in het algemeen vormt . |Zich niet voor niets aan strenge regelgeving heeft te houden om de overlast op allerlei vlakken tot een minimum te beperken. En ook niet onbelangrijk de sociale cohesiekracht  van een rijk buurt- en cultuurleven verstoort.

Wetten zijn er om onder alle omstandigheden te handhaven en niet om de haverklap buiten werking te stellen door maar te gedogen. dat is politiek bedrijven naar de waan van de dag. Een halfzacht beleid  zo als  D.66 in Utrecht bij voorbeeld voorstaat.

Maar waarom de horeca nu te belonen met een ruimer gedoog beleid roept vraagtekens op. Vanwege de inkomstenderving klinkt het dan. Een vreemd argument .Want waarom zou dit alleen voor deze beroepsgroep gelden? Hoeven de autobezitters nu ook de komende tijd minder wegenbelasting te  betalen, omdat ze de  niet  gereden kilometers van de laatste 3 maanden wensen in te halen. Staat het  treinreizigers vrij geen treinkaartje te kopen, omdat ze de laatste tijd niet voor hun plezier met de trein konden reizen. En hoe zit het met de compensatie regeling voor kleine zelfstandigen? Mogen die nu ook net als de K.L.M. en andere grote bedrijven allerlei belastingtrucs uithalen om hun gederfde inkomsten te compenseren ?

De horeca is voor de bezoekers dodelijk voor elke vorm van zelfexpressie op het gebied van de creativiteit !

Duidelijk is in ieder geval dat de pressiegroep van horeca ondernemers in den Haag een gewillig oor gevonden heeft voor zijn belangen . Het Kabinet lust naast onze koning schijnbaar wel een pintje .

De horeca dient geen ander openbaar belang; Dan brood en spelen.!

Toevalligerwijs beleven wij nu helaas een heel warm voorjaar. Maar dat is toeval. Normaliter is de temperatuur rond deze tijd van het jaar nog niet zo hoog. Geen terrassenweer zeg maar . Daarmee hoeft de gemeenschap mijn inziens dus niet te compenseren voor een toeval dat normaliter valt onder een acceptabel bedrijfsrisico.

Is de lockdown een voor de hand liggend bedrijfsrisico. ? Het antwoord op deze vraag wordt vertekend door de enorme omvang. Maar de coronacrisis valt daar deels wel onder. Zeg maar binnen de post onverwachts.

Nu profiteren zowel sterke als zwakke bedrijven in gelijke mate van de regeling. Wat op termijn  tot een verstoring van de ‘vrije’ markt kan leiden. Daarnaast mag men verwachten dat een juiste bedrijfsvoering ook omvat het op bouwen en achter de hand houden van voldoende financiële reserves.

Het willen controleren en handhaven van het voorschrift  tot het bewaren van  anderhalve  meter afstand op het terras is waanzin. Dit is net als op straat en in  winkels alleen maar mogelijk als er weinig of geen mensen  aanwezig  zijn. Bij drukte is er geen houden meer aan en vervallen wij puur uit gewoonte in het ouderwetse nu als nieuw betitelde maar nog steeds  gevaarlijke gedrag.

Maar de horeca als geheel is toch belangrijk voor de groei van de economie. De gemaks- economie of die van de geestelijke luiheid  zul je bedoelen. De groei zeker in de grote steden is deels te wijten aan de toegenomen   woningnood , te kleine behuizingen voor alleenstaanden. En  jongeren alleen opgevoed met  neo-liberale denkbeelden  die hun eigen band met het verleden  niet meer kunnen plakken. Het is een beetje het economisch model dat de oude Sovjet unie kenmerkte. Dat je voor elke dienstverlening 6 verschillende mensen en instanties moest inschakelen.    Feitelijk is het gewoon  windhandel of wildgroei..  Een die van een doodgewoon Zeeuws Bintje een Pomme duchesse  probeert te maken. Met het onvermogen van de mensen zichzelf te amuseren  dik geld  verdient.  Het is een vorm van dienstverlening waarbij de slager zijn eigen in hun vet gesmoorde   gehaktballen er vrolijk door heen draait.

De belangrijkste  levensles van de afgelopen 2,5 maand is dan ook dat een gezond mens best buiten de hele horeca kan. Een sluiting die hopelijk heeft geleid tot meer bezinning zelfreflectie en geestelijke groei voor een groot deel van de bevolking. Zo niet word je er ook niet gelukkiger noch wijzer van om  met elkaar weer dicht  op een kluitje het weer of het overspel van de buurvrouw met de overbuurman over de tong te laten gaan. Dat is een doodzonde voor je beperkte  tijd.

 

  Dat de zogenaamde dienstverlening door deze bedrijfstak een dienst is die zij vooral zichzelf verleent. Dat een sterke economie niet is gebaat bij een beroepsgroep , die bij de eerste tegenwind staatssteun aanvraagt terwijl in betere tijden de winst verdwijnt in de zakken van de ondernemers. Belasting ontwijking eerder regel dan uitzondering is. Een winst die extra wrang zou moeten smaken omdat zij is behaald door misbruik te maken van goedkoop personeel. Onderbetaald en zonder arbeidsrechten. Dat de horeca elk denkbaar risico als de gewoonste zaak van de wereld afwentelt op de clientële door na elke crisis de prijzen te verhogen.

Daarom zou ik kunnen roepen ; Horeca weg ermee! Maar ik ben een redelijk mens. Tenminste zolang deze bedrijfstak beseft dat het de binnenstadbewoners zijn die de horeca gedogen en niet omgekeerd. Dat een gedoogbeleid smalle grenzen kent. Daarom alleen ruimere openingstijden en meer terrassen  als dat niet ten koste  van de bewoners gaat . Laat die toeristen dan maar lekker en veilig thuisblijven.

Ludo

*De zeer snelle en wereldwijde verspreiding van het corona virus is mogelijk te wijten aan het toegenomen vliegverkeer, het bijwonen van kerkdiensten en het zingen in koorverband,   naast  het bezoek aan talloze horecagelegenheden en nachtclubs. Wie weet door dezelfde dominee en ouderlingen.