MIJN ALLEREERSTE DANSJE

Mijn aller eerste dans

Het is haast niet voor te stellen , maar als jongen van 15 durfde ik absoluut niet te dansen. Met geen mattenklopper kreeg je mij de dansvloer op. Aan  een meisje vragen op een klassenfeest durfde ik zelfs in mijn natste dromen niet te denken. Nu was ik als kind door mijn moeder afgewezen, mishandeld en affectief zeer effectief verwaarloosd. Een weigering van zo een blonde blom van Fons Vitae* zou in mijn overspannen fantasie al snel moeten  leiden tot een afscheid van het leven zo niet erger.De hel van haar afwijzing zonder opgaaf van redenen . Het was dus een en al weltschmerz en kwel als das leiden des Jungen Werthers. Ik en mijzelf alleen op een klassenfeestje. Achteraf in de schaduw druk doende de aandacht vooral niet op mij te vestigen. Want wat zou ik moeten antwoorden als zo een aardappel lelijke trien van de derde klas van het meisjesgymnasium mij zou vragen voor een schuifeltje. Die meisjes werden geloof ik op uiterlijk geselecteerd door zelf ook heel erg lelijke nonnen. Om de bronstige jonge hengsten de geneugten van het vlees zo lang als mogelijk te ontzeggen. Niet dat dat veel hielp. Het knijpen van de kat in het donker is door katholieken jongens van mijn leeftijd uitgevonden. Bij al die puistige meisjes zat  ook een heel mooi donker gekleurd meisje. Ondergeschoven als missiekind denk ik nu . Zwart en lelijk liepen in de wenswereld van die nonnen met hun zwarte habijten als nonnen uit de negende hel naadloos in elkaar over. Wat stil en verlegen zonder vriendinnen, achteraf zo iets als ik, maar dan 100 keer mooier en serener.

Maar stel dat zelfs zo een on appel tijdelijk meisje mij hoogst persoonlijk ten dans zou vragen. Het angstzweet brak me al uit. Vergiftigde heel mijn denken door vuig obscene gedachten. Zou ik durven eten van deze appel der verleiding. Ik die al met de mattenklopper kreeg bij de minste verdenking, met mijzelf onder de schone lakens  te hebben gespeeld. Ik die voor geen 6 de klas gymnasiast bang was . Als voorzitter van de politieke debatingclub Demosthenes. Voelde meer als een kiezeltje in mijn keel en broek alleen al bij de gedachte aan de nood van al dat vrouwelijk schoon.

Op een zo een schoolfeestje gebeurde zo wat bijna een wonder. Een deksels mirakel zo als onze mijnheer pastoor uit Brabant zou zeggen. En geloof me ,in de heilige maagd en de hele santenkraam geloven was voor mij met 10 jaar misdienaarschap achter de kiezen , meer als gesundes fressen, dat was tot hosties gesneden koek. Dat was mijn eeuwige dorst naar aandacht lessen met wijwater. Een blonde schoonheid van, hoe zeg ik dat netjes , voorname allure kwam mijn kant uit. Hoe die aan de immer spiedende blikken van de nachtlelijke nonnen was ontkomen, weet ik nog steeds niet. Je zag achter haar rug de bezwete jongenskoppen van mijn klasgenoten hartstochtelijk hijgen. Ik in alle staten .Zou het vannacht gebeuren. Zou ik als maagd de dansvloer betreden om als een echte man te verlaten . Nee weer niet , ze vroeg met een vrij harde wat ordinaire stem ; Weet jij ook waar hier het damestoilet is. Je kon het woord kinkel bijna horen. Ik kon alleen maar hikkend van de zenuwen antwoorden. Dat hebben wij hier niet. Gerief voor dames. Normaal doen we hier geen meisjes met hoge nood. Geen meisjes, die van ons zo nodig iets moeten. Een stel meer domme volzinnen is daar na nooit meer van mijn lippen gerold. Andere dingen ook niet wilde ik nog toevoegen . Om mijn gezicht nog enigszins te redde. Maar na een minachtende blik was de dochter van Dolly Parton al weer vertrokken om het pater prefect te vragen. Een pater, die overal tot in het oneindige toe, het perfecte antwoord op kende. Van moeder Maria tot Sinterklaas. Tot de heilige hel en verder.

Op het laatste schoolfeest voor de grote vakantie moest het er toch maar van komen, vond ik. Om de hele 2 maanden van de vakantie lang alleen maar te fantaseren over het wel en wee. Dat zou geen laken overleven. Een probleem dat ,leek mij als logicus, door de logica niet op te lossen was. Een vergelijking met jezelf als de grootse onbekende en onzekere deler ging mijn macht en wortel trekken ver te boven. Dus de stoute schoenen gepoetst en mijn beste driedelig pak geperst, dat ik verder alleen droeg op zondag naar de kerk. Het haar in een scheiding zo recht als de Ceintuurbaan.* Twee pakken papieren zakdoekjes in de zakken van mijn bruin gestreepte colbert om mijn zwetende handen aan af te vegen. Kortom wel beslagen ten ijs om het zo snel mogelijk te breken.

Ik was wat vroeg gekomen in de hoop genoeg tijd te hebben om de kunst van mijn klasgenoten af te kijken. daar zat de hele 3de gymnasiumklas van het Fons Vitae ( bron des Levens) weer op een rij met de blondine van de toiletbezoeking op de achterste plaats. Het werd dus spitsroeden lopen onder al die smachtende blikken van meisjes, die ook wel een kansje wilde wagen op de dansvloer. Daar zat ik dus mooi mee in de dubbele knoop van mijn maag. Ik besloot om op de gang in het glas van de tussendeuren wat te oefenen om te zien of wat ik deed in iets leek op wat ik Bas Mouallem had zien doen. Onze Bas was de grootste ladykiller van de klas zo niet van de hele school. Iemand voor wie wij in het diepste geheim de grootste bewondering koesterden. Voor wie wij sub rosa de schoolleiding mocht er geen lucht van krijgen het geld bij elkaar moesten collecteren . Ons zakgeld om een abortus voor zijn vriendin te kunnen betalen. Het wonder van de mannelijke solidariteit en brood vermenigvuldiging onder schooljongens in optima forma.

Maar terug naar mijn verhaal. Na zeg een halfuurtje oefenen begon ik de smaak pas echt te pakken te krijgen .Ik voelde een voor mij nieuwe mogelijkheid de held van de dansvloer te worden. In mij ontwaakte en groeide een zelfvertrouwen tot zodanige proporties dat ik dacht; Ik ga die blonde gewoon vragen. Na een pakje zakdoekjes weg gewerkt te hebben om mijn handen droog te krijgen stapte ik enigszins gemaakt nonchalant op haar af. Mijn loopje had iets van het bestudeerde nozemachtige van de jonge Jan Cremer. Na al die lammetjes gezichten met krenten te hebben getrotseerd kwam ik bij haar stoel aan. Waar zij nog licht hijgend en vaag rosse gekleurd zat bij te komen van de laatste dans. Zullen we , vroeg ik, Ze keek me even heel gemeen aan en vroeg toen zo luid dat iedereen het horen kon; “Kan jij de weg naar de dansvloer wel vinden?? ” Het schaamrood begon op te trekken van uit mijn tenen en had mijn navel al bereikt. Iedereen wilde ongegeneerd gaan lachen, maar op dat moment stond dat donker gekleurde meisje op. Zij zei luid en duidelijk, maar ik wil wel heel graag met jou dansen. De stem van een hemel vol goddelijke engelen om mijn nood te ledigen. De dank voor 10 jaar misdienaarschap. Alles te samen gebalsemd in de welluidende stem van een vrouw. De aller mooiste stem, die ik van mijn leven heb gehoord. De stem van de verlossing van het blonde kwaad. De hele verdere avond heb ik met Joyce zo heette ze gedanst en aan het eind geschuifeld. Je begrijpt nu zeker wel waarom ik vooral salsa dansen als mijn grootste liefde beschouw. Dat elke dans een klein eerbewijs is aan Joyce, die ik daarna helaas nooit meer heb gezien. Ze moest met haar ouders mee verhuizen naar Rotterdam en erg veel zakgeld kreeg ik niet.