DE NIEUWE ZORGHELDEN

Laat ik op mijn oude dag proberen eerlijk te worden door op Facebook mijn fouten op te biechten . Laat ik beginnen met te zeggen; dat ik als puber bepaald geen gemakkelijke jongen was. Tussen mijn 16de en 18de jaar vocht ik om de geringste aanleiding met de politie. Met enige regelmaat zelfs. Om mijn gebrek aan het kunnen leggen van normaal sociaal contact te maskeren. Iets waar ik pas later achter kwam. In die tijd leefde ik voor mijn eigen gevoel in de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Was Amersfoort ‘mein kampfplatz.’ Mijn Waterloo, waarop alleen mijn krijgswetten golden. Was het waanidee mij niet vreemd te geloven dat ik mij ten koste van alles en iedereen  moest zien te verdedigen. Handhaven tegen de onderdrukking door de overheid in. En wat was de politie meer dan een verlengstuk van diezelfde verfoeide overheid. Een denkbeeld dat maakte dat elke uiting van  geweld als vrijheidsstrijd te rechtvaardigen was. Zeker zolang ik ondanks alle nederlagen mij niet verslagen voelde. Dat ik verslaafd aan geweld  mijzelf kon benevelen met het idee dat ik verantwoord en goed bezig was. De overwinning in het verschiet lag als ik maar hard genoeg bleef door knokken in de modder van de ingeslagen, later bleek doodlopende weg. Toch verloor ik elk gevecht. Zij het met opgeheven hoofd. Ik vocht nooit met één agent als man tegen man maar met een overmacht van tot 10 agenten. Gooide nooit met stenen want dat vond en vind ik nog steeds laf Wat mij in de stad en onder de politie de naam bezorgde een  levensgevaarlijke maar eerlijke vechtjas te zijn. Een aanname die de gewone mensen zoveel angst aanjoeg dat ik daar soms als mogelijkheid tot chantage van profiteerde.

Zwaar mishandeld door mijn stiefvader had ik mij bij mijn opname in een tehuis voorgenomen nooit meer te zwichten voor wat ik zag als ongeoorloofd geweld. Zeker tegen mijn vrijheid en persoon. Tegen te zijn en te denken wie ik dacht te zijn en wilde worden. Zonder te beseffen dat niet alle vormen van geweld, over één kam kunnen worden geschoren. Dat zinloos geweld de noodzaak tot handhaving van de openbare orde vraagt. Dat gerechtvaardigd geweld alleen bestaat bij de gratie van een meerderheid die hetzelfde denkt over de mate van onderdrukking door de staat. Een achterstelling of gevaar voor eigen leven door iedereen in gelijke mate ervaren. Dat het gebruik van geweld door een minderheid al snel de schijn van terrorisme oproept. Het heeft tot mijn 21ste geduurd voor dat ik er achter was dat het gebruik van geweld geen videospelletje is. Dat het onacceptabel is. Hoeveel spannender en adrenaline rijker de realiteit ook is in vergelijking met een computergame! Het blijft primair als het vuistgevecht van de onmacht een in potentie dodelijke aangelegenheid. Al voel jezelf daarbij nog steeds een gladiator , een Che Guevara die lak heeft aan de dood.

Hoe denk ik nu met mijn ervaring en achtergrond over de rellen in Rotterdam waarbij 7 gewonden zijn gevallen. Laat ik proberen ook als eerste reactie wat genuanceerden te zijn dan alleen te spreken van gekken, relschoppers en raddraaiers. Schorremorrie of tuig van de bovenste richel. Niet in die emotionele rattenval verzeild te willen raken doet mij beseffen dat voor een juist beeld en een gerechtvaardigd oordeel het mij nu nog ontbreekt aan voldoende feitenkennis en informatie wat zich precies heeft afgespeeld. In de media klinkt vooral door dat een kleine groep demonstranten waarvan de helft minderjarigen de confrontatie zocht met de politie. Een confrontatie die op niet anders kon uitlopen dan op brandstichting en vernieling omdat de politie in eerste instantie overrompeld werd door deze orgie van geweld om met de woorden van de Rotterdamse burgemeester dhr. A. Aboutaleb. En uit eigen ervaring weet ik dat relschopper net bloedhonden zijn. Dat de massa makkelijker gewelddadig wordt dan elk individu afzonderlijk. Zeker als de tegenstander verzwakt lijkt. Wat van invloed zou moeten zijn op de gerechtelijke uitspraak. Ik zal mij dus voor nu geen oordeel aanmatigen over de rellen en het gebruikte rechtmatige politiegeweld.

Wel wil ik mijn respect uitdrukken voor de ordehandhavers in het algemeen. Ook voor de M.E. in Rotterdam. De terughoudenheid van hun optreden in de meeste gevallen. Want ze verdwalen doordat ze dag en nacht met geweld te maken krijgen fysiek en verbaal als ze even niet op letten in dezelfde schemerzone waarin verkeerde toen ik 18 jaar oud was. Dat brengt mij bij iets wat ik als les geleerd heb in die tijd; het is zelden of nooit het wettige gezag dat als eerste begint met het gebruik van buitensporig geweld. Dat de gekneusde ribben en blauwe ogen vooral te wijten waren aan dat ik niet van ophielden wist. Zo is het nog niet zo gek te denken dat politieagenten in de meeste gevallen de nieuwe of moet ik zeggen ‘miskende zorghelden’ zijn. En dat uit mijn mond.