OMGEKEERDE DISCRIMINATIE!

 

Vanmorgen zat ik bij mijn huisarts. Voor mannen van mijn leeftijd een meer dan  aantrekkelijke vrouw. Ik schat haar ongeveer 10 jaar jonger dan ik en zeker een halve kop groter. Rijzig, zo als alleen  een moeder met gezag  boven haar kind uit mag   steken. Nu spreek ik mijn huisarts altijd respectvol aan met “dokter”, maar dat geeft me altijd weer een beetje het gevoel dat ik te kort schiet in taalgebruik. Dat ik met deze aanspreektitel  niet alle zijden van haar innemende persoonlijkheid belicht. Hoe ik haar dan wel zou moeten aanspreken om haar capaciteiten en haar persoon  recht te doen en toch zakelijk te blijven, vertelt de Nederlandse taalunie niet. We kwamen te spreken over hoe traag het onderzoek naar mijn prostaatklachten verloopt. In dat gesprek vertelde ik haar dat ik eigenlijk zelfcensuur toepas door positieve discriminatie. Mijn behandelend arts in het ziekenhuis is naast een buitengewoon knappe vrouw van rond de 35 ook donker van huidtint. Ze doet me daarnaast ook  denken aan een vroegere vriendin. Omdat ik niet wil dat zij zich door mij als boze witte man gediscrimineerd voelt of gekleineerd, gedraag ik mij veel schuchterder dan ik van mijzelf gewend bent of goed voor me is. Daardoor weet ik na 5 maanden nog steeds niet wat mij mankeert. Een waar dilemma. “Ze moet maar tegen kritiek kunnen,  vooral als het terecht is!” “Trouwens een plaagstootje op zijn tijd doet niemand kwaad.” Merkte mijn huisarts kordaat op. Wat ik wel van haar verwacht had. Met haar opmerking  was ik het  eens, maar aan de andere kant kun je ook niet zeggen hoe daar over de gevoeligheden liggen. Hoe neutraal kritiek wordt opgevat. Toch nam ik mij voor het komende gesprek te voeren als volwassenen onder elkaar.

 

Ik weet nog goed. Aan het eind van de jaren zeventig had ik een Amboneze vriendin. Een schoonheid om drie keer u tegen te zeggen. Ik was dan ook op slag verliefd, de eerste keer dat ik haar zag.  Dat ze een andere huidtint had viel mij eerst niet eens op, en daarna vond ik niet meer dan vanzelfsprekend. Dat maakte juist deel uit van haar overweldigende charme. Maar toch als we met de trein naar Bovensmilde gingen op familiebezoek bleven de zitplaatsen naast ons na Meppel leeg. Mij viel het in eerste instantie niet zo op. Vond het wel best. Tot mijn vriendin mij er op wees. En inderdaad het klopte. De keer daarop gebeurde het weer. Ik kon moeilijk aan de mensen die er niet waren vragen of ze zich niet schuldig maakten aan alledaags racisme, maar daar leek het sterk op. Dat zij het opmerkte, vertelde mij veel over haar gevoeligheid. Niet zo vreemd want als je een hond maar vaak genoeg zonder reden slaat, wordt hij vanzelf vals of bijt terug. Dat herken ik uit mijn eigen jeugd. Terwijl de hond volkomen onterecht wel de schuld krijgt.

Zo bedacht ik na het gesprek met mijn huisarts kun je ook discrimineren door iets niet te doen. Iets na te laten, hoe positief je het ook bedoeld. Of ik nu kan spreken van omgekeerde discriminatie, ik weet het niet. Dat ik door niet te discrimineren mijzelf achterstel of ongevraagd iets inlever van mijn wit zijn? Het blijft in ieder geval verdomd moeilijk ook in je gevoel of liefde  kleur en genderneutraal te blijven.

Ludo