Op het station in Rotterdam( waar gebeurd verhaal)

 

 

Het is nu alweer heel wat jaartjes geleden dat ik op een zondagmorgen in alle vroegte op het centraal station in Rotterdam de trein naar huis wilde nemen. Na een nacht feesten als een beest en salsa dansen als een god verkeerde ik in een opperbeste stemming. Bij het menslievende af strekte mijn mededogen zich om vijf uur ‘s morgens uit naar zelfs de nederigste schepselen als de duiven en kraaien op het verder lege Stationsplein. Bij binnenkomst van de immense hal van wat toen nog het gloednieuwe station heette, trof ik een groep van tussen 15 en 20 jongeren aan. In leeftijd variërend tussen de 12  tot 20 jaar. Onder begeleiding van een politieagent waren ze bezig op hun knieën met plamuurmessen kauwgom af te steken van de granieten vloertegels. Ik toch wat verbaasd over en het vroege tijdstip en de aard van de werkzaamheden vroeg de begeleider waarom ze dit deden. En wel nu. “Al de knapen die u hier ziet,” antwoordde hij beleefd, “hebben via de rechter een taakstraf opgelegd gekregen.” “De meesten, omdat ze zich aan kleine vergrijpen hebben schuldig gemaakt.” “Baldadigheid zeg maar.” “Als ze deze taak op dit vroege uur niet uitvoeren ziet in no-time de hele vloer van de hal zwart van de kauwgom resten.” “Het tijdstip is zo gekozen dat we en de reizigersstroom niet hinderen, maar ook de veiligheid van onze jongens waarborgen.” “Dat ze niet over het hoofd worden gezien in de kolkende mensenmassa tijdens het spitsuur.”

“Een betere oplossing zou natuurlijk zijn de mensen beter op te voeden” ging de agent in het blauw  verder“Waardoor ze hun kauwgom niet overal als een zieke kameel uitspugen waar ze lopen, bij deze vergelijking grinnikte de agent van dienst, maar keurig in een afvalbak deponeren.” “Maar dat kan zelfs de inzet van zeven pelotons van de Mobiele Eenheid niet afdwingen.” “We zullen dit soort vrijheden al zijn ze een gebrek aan beschaving  dus moeten gedogen.” “Inderdaad, maar toch vervelend voor de jongens wilde ik opmerken, en zonde van hun tijd. “ Wat leren ze er nu van om nu hier net als de Joden in Wenen in 1938 de openbare ruimte te moeten schoonmaken.” “En nog wel op hun knieën. ” Toch ik hield mijn mond in het besef dat er een wezenlijk verschil bestond en bestaat  tussen de positie van de Joden toen en deze jeugdige criminelen nu. De Joden hadden vanuit de rassen waan en ideologie van de nazi’s geen andere keuze  dan deze vernedering als untermenschen gelaten  te moeten ondergaan. Dat gebrek aan keuzemogelijkheden gold echter niet voor deze jonge zondaars. Er is namelijk niemand dan zijzelf die hen  dwingt het slechte pad op te gaan. Na een korte hoofdknik liep ik door verlicht door de gedachte; dat vrijheid pas begint als een mens alle consequenties van zijn keuzes kan overzien. Daarvoor over genoeg kiemkracht in zijn hersenen  beschikt om een geestelijke groei door te maken. Iets wat van al die Pinokkio’s in dit land vooral vraagt om een verder kunnen kijken dan hun eigen belang als een lange neus trekken naar het algemeen belang lang is.

 

ludo